2025: doorgroei naar 13 strategische programma’s

In de strategische programma’s biedt Holland High Tech onderzoeksorganisaties de mogelijkheid om binnen meerjarige onderzoekslijnen concrete projecten te ontwikkelen met partners uit het bedrijfsleven, met een grote waarschijnlijkheid op financiering. De strategische programma’s dragen bij aan urgente transities, stimuleren innovaties op basis van de geprioriteerde sleuteltechnologieën van de Nationale Technologiestrategie en onze innovatiedomeinen. Verder sluiten ze aan bij één of meerdere Kennis- en Innovatieagenda’s.

In 2025 kwamen er, naast de tien strategische programma’s die in 2024 van start gingen, drie nieuwe strategische programma’s bij: Advanced Chip Packaging, Circulariteit en Grondstoffen en Veiligheidsmarkt. Benieuwd wat er in de verschillende programma’s is gebeurd en welke projecten deze hebben opgeleverd? Hieronder vind je per programma een update.

Het Strategisch Programma Advanced Instrumentation is in 2025 wederom zeer succesvol gebleken. Maar liefst vijf projectvoorstellen zijn ingediend en positief geëvalueerd. Omdat het budget helaas niet toereikend was om al deze projecten te financieren, kunnen drie van deze projecten starten of zijn inmiddels gestart: FBOS4GPLN, MAGIC en LC-IR-ML. Eén van de andere projecten is begin 2026 opnieuw ingediend en kan naar verwachting binnenkort starten.

In het najaar heeft een evaluatiegesprek plaatsgevonden omtrent het Strategisch Programma Advanced Instrumentation. Hierbij is kritisch gekeken naar het type projecten, samenwerking binnen het consortium en de relevantie van dit programma. Dit was een zeer positieve bijeenkomst waarbij de waarde van het Strategisch Programma werd onderschreven. Dit blijkt ook uit de hoeveelheid projectvoorstellen en de positieve beoordelingen van evaluatoren. Het consortium zal zich blijven inzetten voor mooie samenwerkingsprojecten tussen kennisinstellingen en bedrijven op het gebied van geavanceerd instrumentarium.

In 2025 heeft het strategisch programma Battery Integration een belangrijke stap gezet in de versnelling van de ontwikkeling van batterijbeheersystemen (BMS) van de volgende generatie. Via diverse PPS-projecten werken kennisinstellingen en industriepartners samen aan veilige, efficiënte en schaalbare batterijoplossingen die essentieel zijn voor de energietransitie.

Twee projecten richten zich op specifieke toepassingen van batterijsystemen. UPLiFT ontwikkelt samen met TU/e en Tulip Tech een licht en modulair batterijsysteem voor drones, met GaN-gebaseerde actieve balancering en een robuust BMS, gericht op hoge energiedichtheid en veilige werking. TRACSTOR, een samenwerking tussen TU Delft en GVB, integreert batterijen in tractienetwerken via een hoogefficiënte multiport-omvormer en geavanceerd energiemanagement. Een andere belangrijke ontwikkeling is het batterijpaspoortsysteem. Het project SBPD presenteerde in januari 2026 met succes een secure battery passport demonstrator tijdens het slotevent. Het vervolgproject SeBaPaD2 start in 2026 en richt zich op verdere validatie en opschaling hiervan. Het project BatteryX, uitgevoerd met onder andere INNER, legde de basis voor vervolgonderzoek op het gebied van batterijveiligheid. Het project InterSafe bouwt hierop voort en onderzoekt thermal runaway via modellering van cel- tot packniveau, ondersteund door experimentele validatie.

Tot slot is in 2025 het project SaLiMeBa ingediend, dat binnenkort van start gaat en lithium-metaalanodes als vervanging voor grafiet onderzoekt om batterijprestaties verder te verbeteren. 

Het strategisch programma High Tech Materials richt zich op materiaalinnovaties die belangrijk zijn voor technologische groei en nodig zijn om de maatschappelijke uitdagingen van energietransitie, duurzaamheid, circulaire economie en kritieke grondstoffen aan te gaan. In dit kader zijn in 2025 acht onderzoeksprojecten goedgekeurd met een totale waarde van ruim €4 miljoen.

Een aantal projecten is gericht op het verbeteren van bestaande materialen en productieprocessen om deze te vergroenen, terwijl er ook projecten zijn gestart waarin nieuwe materiaaltoepassingen en fabricagetechnologieën worden ontwikkeld. Een verdieping in begrip van materiaalgedrag vormt de basis van veel technologische verbeteringen van bestaande markten en de verkenning van nieuwe toepassingen.

Het HTSM-MedTech programma heeft een succesvol jaar gekend. Er zijn vier nieuwe hbo-partners toegetreden: Fontys, De Haagse Hogeschool, Saxion en Windesheim. Ook de VU en TNO-Holst zijn aangehaakt. Een kernteam met vertegenwoordigers van alle partners kwam regelmatig bijeen om de voortgang en samenhang te bespreken en waar nodig bij te sturen.

Het budget van 5,2 miljoen euro is volledig benut voor in totaal veertien gehonoreerde PPS-projecten. Hieraan nemen – naast de tien programmapartners – zeven grootbedrijven, zestien mkb-bedrijven, zes zorginstellingen en een stichting deel. Voor de uitvoering van de projecten is tevens 4,4 miljoen euro aan private bijdrage gerealiseerd, waarvan 3,7 miljoen euro in cash. De meest genoemde sleuteltechnologieën in deze projecten zijn Imaging Technologies en Sensor and Actuator Technologies, die respectievelijk elf en vijf keer genoemd werden. Artificial Intelligence (AI) en Photonic/optical detection and processing kwamen elk in drie projecten voor. De gehonoreerde projecten zijn met goede balans gericht op de drie focusgebieden van het strategisch programma: Imaging & Image Guided Intervention Systems, Sensors and Digital Technology, en Medical Devices and Surveillance Systems. Alle projecten zijn gepubliceerd op de website van Holland High Tech en zijn onderdeel van bestaande Nederlandse ecosystemen.

Daarnaast werd uitgebreid kennis gedeeld. Dit gebeurde onder meer tijdens het TNO-Symposium ‘The Future of Remote Patient Management’, het TechMed-event van de Universiteit Twente en MedTechDay 2025 – Neuroconnect, in samenwerking met e/MTIC.

In 2025 lanceerde het Strategisch Programma Microelectronics zeven innovatieve projecten, wat de sterke samenwerking tussen kennisinstellingen en industrie bevestigt. De projecten omvatten zeven private partners, waarvan één als mkb kwalificeert, wat zowel de industriële kracht in Nederland als de kansen voor kleinere ondernemingen onderstreept.

De projecten adresseren belangrijke maatschappelijke en technologische uitdagingen die aansluiten bij nationale prioriteiten, en bestrijken de domeinen mobiliteit, gezondheid & zorg, duurzame en emissievrije energiesystemen, veiligheid en AI. Samen versterken ze kritieke micro-electronicacapaciteiten zoals sensing, dataverwerking en energiezuinige systemen, en dragen ze bij aan de ontwikkeling van slimme, veilige en duurzame technologieën.

Optische technologieën zijn essentieel voor toepassingen in onder meer productie, communicatie, aardobservatie en defensie. Daarbij is miniaturisatie steeds vaker niet alleen een voordeel, maar een randvoorwaarde om nieuwe toepassingen mogelijk te maken. Ook blijft de vraag vanuit de industrie naar snellere, compactere en kosteneffectieve optische oplossingen groot. Dat is relevant voor Nederlandse groeimarkten zoals semicon, satellietcommunicatie, quantum en high-end maakindustrie.

Het strategisch programma Photonics and Optical Technologies blijft onverminderd relevant en sluit goed aan op de actieagenda Optical Systems & Integrated Photonics van de Nationale Technologiestrategie. Dit strategisch programma heeft in 2025 een aantal projecten toegekend gekregen die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van sleuteltechnologieën in Nederland en voor toepassingen waarin hoge resolutie, miniaturisatie en systeemintegratie cruciaal zijn. 

Quantumtechnologie is volop in beweging. Met de hoge verwachtingen van de toegevoegde waarde van deze technologie zijn de investeringen wereldwijd nog steeds aan het stijgen. De technologie wordt ook gezien als strategisch relevant voor Europa. De Nederlandse positie is uitstekend, zowel in kennis als in valorisatiekracht. Het Strategisch Programma Quantum draagt hier wezenlijk aan bij: het legt verbindingen en creëert kansen over traditionele grenzen heen, met als doel de technologie voor ons land te laten renderen.

Het programma is in 2025 op stoom gekomen. Het is goed om te zien dat projecten van hoge kwaliteit zijn gehonoreerd die bijdragen aan de doelstellingen. Als voorbeeld kunnen we noemen het gebied van zeer veilige communicatie, met projecten gericht op concrete toepassingen van Quantum Key Distribution en krachtige authenticatietechnologie. Het netwerk is zeer actief in het vinden van nieuwe kansen, waarbij het HBO sterk is aangehaakt. We zien ook een goede oplijning met nationale en Europese agenda's.

Binnen het Strategisch Programma Semiconductor Manufacturing Equipment werd in 2025 het toegewezen budget succesvol benut met alle academische partners, en is gestart met verschillende belangrijke nieuwe technologieën die in eerdere rapporten werden uitgelicht.

De TU/e zette het budget in voor één groot multidisciplinair project met ASML voor zes promovendi en twee promovendi met ASMPT, met vijftig procent medefinanciering vanuit de industrie. Er was zoveel interesse, dat drie aanvullende projecten gefinancierd werden via andere PPS-Innovatiemiddelen: PARTS, DaMPOME en SIMBOND. Universiteit Twente haalde nieuwe projecten binnen op het gebied van 3D-bonding van chips (BONSAI), een belangrijk thema binnen advanced packaging. Anderzijds richt HIFI zich op de ontwikkeling van plasmabronnen voor versnelde levensduurstests van materialen in zware omgevingen. Via overige PPS-Innovatiemiddelen haalde Universiteit Twente ook een project binnen over geconstrueerde multilagen die specifieke, nm-nauwkeurige hoogtecompensatie bieden ter verbetering van de vlakheid van componenten. Bij ARCNL werden twee projecten goedgekeurd: bij partneruniversiteit RUG (Rijksuniversiteit Groningen) startte het onderzoek Beyond EUV, en bij ARCNL zette SBIMetrology artificiële intelligentie en machine learning in om hoogdimensionale metrologievraagstukken te simuleren.

Het totale budget was overtekend, nationaal en bij meerdere partners. TNO heeft noodgedwongen een project doorgeschoven naar 2026. Het consortium is nog aan het onderzoeken hoe ruimte gecreëerd kan worden voor aanvragen vanuit nieuwe kennisinstellingen zoals de Radboud Universiteit. Alle projecten verwierven aanzienlijke directe medefinanciering vanuit de industrie (twintig tot vijftig procent), van spelers zoals ASML, ASM, ASMPT, VDL en Zeiss SMT.

Het belang van ruimtevaart is de afgelopen jaren onmiskenbaar geworden. Het Strategisch Programma Space helpt Nederlandse partijen sleutelposities te veroveren in deze markt, bijdragen te leveren aan internationale organisaties en versterkt de kennispositie op relevante sleuteltechnologieën.

Het afgelopen jaar zijn belangrijke resultaten behaald. Voor het applicatiegebied Satellietcommunicatie is met industriële partners de technologie verder geïndustrialiseerd. Zo is er gestart met de ontwikkeling van een Europese 100G-terminal en een geïntegreerde terminal controller (COCARoSA). Ook worden nieuwe systeemarchitecturen voor laserterminals verkend (FUNCAT) en de basis gelegd voor quantumversleutelde informatie in de ruimte (KiQQER).

Het afgelopen jaar kenmerkt ook de start van het TANGO-project, een grote mijlpaal voor het applicatiegebied Aardobservatie. Met ISISPACE als hoofdaannemer en KNMI, SRON en TNO als partners demonstreert dit project dat Nederland een volledige aardobservatiemissie kan leveren: van instrument, satelliet en grondsegment tot lancering en levering van dataservices. Voor het grondsegment zijn AI-algoritmes ontwikkeld en getest op representatieve satellietdata voor het detecteren en kwantificeren van puntbronnen van broeikasgassen en luchtvervuiling (METIS). Ook wordt gewerkt aan een architectuur voor observatie voor militaire toepassingen.

Het afgelopen jaar heeft Strategisch Programma Space innovatieve ontwikkeling mogelijk gemaakt die Nederland een voorsprong geeft op de Nederlandse sterktes: lasersatellietcommunicatie en aardobservatie. De partners zien uit naar 2026.

In 2025 heeft het strategisch programma Systems Engineering voor Hightech Systems, via HTSM PPS-projecten en samen met toonaangevende industriële partners, aantoonbare vooruitgang gerealiseerd in schaalbare systeeminnovatie met directe industriële relevantie.

Zo werd binnen het project CareFree een methodiek voor intelligente diagnostiek ontwikkeld, waarmee service engineers sneller en consistenter storings- en kwaliteitsoorzaken vaststellen. In project Delphi zijn Generative‑AI‑gebaseerde methodieken en tooling gerealiseerd om CAPA‑onderzoeken substantieel te versnellen, met gevalideerde klachtclassificatie, similarity detection, en borging van transparantie en menselijke regie. Matala leverde een aanpak voor model-based interoperability testing van systemen-van-systemen op, en Poka Yoke zette concrete stappen richting Synthesis Based Engineering. Binnen Techflex is een vierstapsmethodiek ontwikkeld voor het beheersbaar maken van complexiteit in industriële omgevingen. De hierbij behorende beslissingstool ondersteunt organisaties bij het analyseren van vraagstukken, het vergelijken van oplossingsrichtingen en het nemen van onderbouwde beslissingen. 

Tot slot waren er de projecten met sectorbrede impact. Zo leverde FuESSE sectorinzichten voor energie-infrastructuur, terwijl IXCESS werkt aan een roadmap voor geharmoniseerde digitale ketenuitwisseling.

In 2025 is het Strategisch Programma Advanced Chip Packaging van start gegaan, met als doel de Nederlandse positie in geavanceerde chipmontage- en integratietechnologieën te versterken via gerichte PPS-samenwerking tussen kennisinstellingen en industrie.

Het programma kende een voortvarende start met de indiening van de eerste projecten. Binnen een project rond LIFT-technologie werkt TNO samen met ITEC aan lasergedreven materiaaloverdrachtprocessen die nieuwe mogelijkheden bieden voor de integratie van componenten op substraat-niveau. Een tweede project gaat over nano-imprint lithografie voor een volgende generatie interposers, in samenwerking met Morphotonics.

Beide projecten sluiten direct aan op de technologische prioriteiten in het Nederlandse halfgeleider-ecosysteem en dragen bij aan de opbouw van kennis en capaciteit die nodig is voor de volgende generatie advanced chip packaging. 

In 2025 heeft het Strategisch Programma Circulariteit en Grondstoffen een duidelijke stap gezet in het structureel versterken van grondstoffenzekerheid en circulariteit binnen de Nederlandse hightechsector. Het volledige beschikbare budget is bij de start doelgericht ingezet op een samenhangend portfolio dat zowel systeeminnovatie als technologische vernieuwing adresseert.

Kern van deze inzet vormt het Circular Business Program Semicon (CBPS) binnen ChipNL, opgebouwd uit de projecten ReUse4Scale (TNO) en STRIDE (TU/e). Hiermee wordt voor het eerst een geïntegreerde nationale aanpak gerealiseerd om circulariteit in de semiconductor waardeketen structureel te verankeren. ReUse4Scale richt zich op digitale triage, datastandaarden en Digital Product Passports, terwijl STRIDE circulair ontwerp, ketensimulatie en gezamenlijke besluitvorming faciliteert. Deze combinatie legt de basis voor toekomstbestendige, schaalbare circulaire businessmodellen in een voor Nederland strategische sector.

Het programma is daarnaast verbreed met projecten die cruciale technologische randvoorwaarden voor circulaire waardeketens versterken. ReLub ontwikkelt technologie voor levensduurverlenging van kritieke machineonderdelen; PRIMESCAN en CRiSP creëren nieuwe sensing en DPP-koppelingen voor respectievelijk kunststof en batterijstromen; OxaLogic ontsluit industriële reststromen voor hoogwaardige elektrolytproductie; en Virtual4Vicir bouwt een digitale onderzoeksinfrastructuur voor circulair ontwerp, Digital Twins en LCA-toepassingen.

Gezamenlijk dragen deze projecten bij aan de versterking van de nationale innovatiebasis, de borging van kritieke grondstoffen en de transitie naar een toekomstbestendige circulaire hightechindustrie.

In 2025 zijn binnen het Strategisch Programma Veiligheidsmarkt acht publiek private projecten rond de thema’s sensoren, autonome systemen, en cyberveiligheid opgestart. In totaal bracht het programma verschillende universiteiten, hogescholen, TO2-instituten en achttien industriële partijen – waarvan vijftien MKB-partijen – samen om binnen deze projecten te werken aan toepasbare innovaties voor het Nederlandse veiligheidsdomein. Tijdens de officiële kick off van het programma, met een evenwichtige vertegenwoordiging van kennisinstellingen en bedrijven, ontstonden nieuwe coalities die hebben bijgedragen aan de diversiteit van de projectportefeuille.

Een van de projecten die de samenwerking tussen kennisinstellingen en industriële partijen goed illustreert, is HiGO (Hightech informatiegestuurd optreden). Dit project richt zich op het verbeteren van de inzet van veiligheidspersoneel door real time detectie, lokalisatie en identificatie van dreigingen mogelijk te maken, onder meer bij incidenten met gevaarlijke stoffen. Binnen HiGO werken kennispartijen Saxion, de Politieacademie, het NIPV, de Universiteit Twente en TU/e samen met negen MKB partijen aan sensortechnologie, data integratie, robotica en beeldherkenning. Enkele grootbedrijven, geen projectpartner, leveren aanvullend een in-kind bijdrage en zijn wel actief verbonden aan de inhoudelijke ontwikkeling van het project.

Inhoudelijke resultaten van HiGO en de andere projecten worden de komende jaren verwacht.